Het Mac/Windows huwelijk
Windows draaien op een Apple. Voor de echte Macfan hetzelfde als vloeken in de kerk. Deze week gaf Apple software vrij waarmee je gemakkelijker Windows kunt installeren op de nieuwste Macs, die zijn voorzien van een Intelprocessor.
Deze ontwikkeling moet het nog gemakkelijker maken om de overstap van een Windows-pc naar Apple te maken. Maar waarom zou je in hemelsnaam Windows op een Apple willen installeren?
Veel Windowsgebruikers schijnen nog steeds te aarzelen om te switchen, omdat ze bang zijn vertrouwde programma’s te verliezen. Dat kan wel zijn, maar tegelijkertijd staat vast dat je bij een overstap ook de eeuwige strijd tegen virussen, hackers, spyware en andere Windows-ellende achter je laat. En zo kan ik nog wel een paar redenen opnoemen waarom het fijn is om met OSX van Apple te werken: snel, makkelijk, stabiel...
Boot Camp is de naam van het programma dat de installatie van Windows-software mogelijk maakt. Alle Windows-software moet nog wel worden betaald en geïnstalleerd, na aanschaf van de Mac: dat kost een lieve duit! Als je aan het werk gaat, moet je kiezen: óf Windows starten, óf OSX.
Met je Apple ben je, zoals ik al zei, redelijk gevrijwaard voor de duizenden virussen, trojans en andere Windowsbedreigingen. Als je dan eindelijk besluit over te schakelen op een Mac, en je gaat daar Windows op installeren, sta je opnieuw bloot aan al die mogelijke aanvallen van buitenaf. Daar schiet je dus niks mee op.
Ik zie er niet direct het nut van in. De ontwikkelingen van de laatste jaren laten zien dat de programma’s voor beide systemen steeds beter op elkaar zijn afgestemd. Dat maar ongeveer vijf procent van de computeraars een Mac heeft, zegt mij niet zoveel. De meeste Maccies zijn grootverbruikers: ze zitten heel veel achter hun computer. De nieuwe Intelprocessoren schijnen wel razendsnel te zijn. Dat is prettig, maar laat mij maar fijn werken met OSX. Knappe jongen die het voor elkaar krijgt om ooit Windows op mijn Mac te krijgen.
